Sepot? Wel aangifte maar geen vervolging?

Klaagschrift ex art 12 Sv

Procedure art. 12 Sv Klaagschrift

Een artikel 12 procedure vangt aan het indienen van een klaagschrift. Een belanghebbende kan daarin gemotiveerd uiteenzetten waarom de sepotbeschikking naar zijn mening niet terecht is. Het schrijven moet onder meer bevatten een omschrijving van het strafbare feit,  het partketnummer van de zaak of het mutatienummer van de politie. Verder dient te worden aangegeven wie er vervolgd moet worden. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 3 maanden na de strafbeslissing (kennisgeving van niet verdere vervolging) bekend is geworden. Als nooit voorlopige hechtenis is gevorderd, of een gerechtelijk vooronderzoek is ingesteld, en dus ook geen ‘kennisgeving van niet verdere vervolging’ in de zin van de artikelen 244 e.v. Sv is betekend, is de beklagtermijn van artikel 12l, lid 2 Sv, niet van toepassing. Voor het indienen van het beklag is dan geen termijn voorgeschreven.

De advocaat-generaal van het Hof brengt een advies uit aan het Hof over het ingediende klaagschrift. Hij neemt tevens contact op met de officier van justitie en de politie omtrent het eerdere verloop van de zaak. De advocaat-generaal kan hierbij aan de politie opdragen om verder onderzoek te doen in een zaak. 

Wel/geen zitting

Naar aanleiding van het schriftelijke verslag van de advocaat-generaal bepaalt het hof of het nodig is een zitting te houden om de klager te horen. te horen. Bij klachten die zogenaamd ‘kennelijk niet-ontvankelijk’ of ‘kennelijk ongegrond’ zijn,  hoeft de indiener van het klaagschrift niet gehoord te worden. Het hof beslist dan zonder zitting dat een vervolging niet mogelijk is en wijst uw klacht af.

Kennelijk niet-ontvankelijk

Kennelijk niet-ontvankelijk is bijvoorbeeld een klacht waarbij:

  • vaststaat dat deze niet binnen een bepaalde termijn is gedaan (bijvoorbeeld als het feit al is verjaard)
  • de beklaagde al voor het betreffende feit is of wordt vervolgd
  • diegene waarvan de vervolging wordt gewenst inmiddels is overleden

Kennelijk ongegrond. Kennelijk ongegrond is bijvoorbeeld een klacht waarbij het gaat over een feit waarvoor al iemand anders is veroordeeld.

Oproep zitting. In alle andere gevallen is er wel een zitting. De klager ontvangt een oproep om de klacht tijdens een zitting mondeling toe te lichten. In de oproep staat wanneer (datum) en waar (locatie) de zitting plaatsvindt. Bij de oproep wordt het verslag meegezonden met daarin het advies van de advocaat-generaal. 

De zaak wordt tijdens een zitting door de raadkamer (1 of 3 raadsheren) behandeld. Een klager is niet verplicht om naar de zitting te komen. Maakt hij van de uitnodiging wel gebruik dan kan hij aangeven waarom de klager vindt waarom ten onrechte niet is vervolgd. Ook de beklaagde (de verdachte) kan worden gehoord door het Hof. Meestal gebeurt dat niet tijdens dezelfde zitting. De verdachte is niet verplicht ter zitting te verschijnen. Het Hof kan besluiten dat zowel klager als beklaagde door slechts 1 rechter gehoord worden. De behandeling ter zitting vindt plaats achter gesloten deuren, waarbij slechts de klager, zijn advocaat en de advocaat-generaal aanwzig mogen zijn. In uitzonderlijke gevallen kan hierop een uitzondering worden gemaakt.

Beslissing. Het hof kan verschillende uitspraken doen:

Klacht afwijzen

Wijst het hof de klacht af, dan is dat het einde van de zaak.

Klacht gegrond verklaren

Verklaart het hof de klacht gegrond, dan krijgt de officier van justitie de opdracht om de strafzaak nader te onderzoeken of het strafbare feit te vervolgen. Dit betekent dat de officier van justitie de zaak aan de rechtbank voor moet leggen.

Tegen de beslissing van het gerechtshof is geen hoger beroep of cassatie mogelijk.